Duurzaamheid mag je niet geïsoleerd bekijken
Architect Christian De Haas (De Bouwerij)
Wat betekent duurzaam bouwen voor een architectenbureau? We vroegen het aan Christian De Haas van de architectenassociatie De Bouwerij. Conclusie van het gesprek: duurzaam bouwen is cruciaal en de bewustwording daarvan kan niet snel genoeg gaan. Duurzaamheid mag echter geen geïsoleerd gegeven worden, maar moet passen in het volledige bouwverhaal.
De architectenassociatie De Bouwerij uit Ternat is het ontwerpbureau van heel wat duurzame projecten en concepten. Voorbeelden zijn het Gentse theater van De Vieze Gasten, dat nauw aanleunt bij de passiefhuisstandaard; een CO2-neutraal ontwerp voor een toekomstig bedrijfsgebouw van ventilatiespecialist StorkAir; diverse ontwerpen voor lage-energiewoningen.
Vennoot en architect-stedenbouwkundige Christian De Haas ziet duurzaam bouwen als een evidentie die in geen geval verwaarloosd mag worden. “Ons uitgangspunt is altijd een kwaliteitvolle leef- of werkomgeving. Daarvoor verzamelen wij alle parameters die een impact hebben, zoals stedenbouwkundige regels, ruimtegebruik, oriëntatie, functie, budget, licht, akoestiek, waterdichting, energie, ecologie, toekomstgerichtheid, toegankelijkheid, planning, proces. In onze ontwerpmethodiek worden al die aspecten systematisch overlopen. Duurzaam bouwen is daarin een extra voorwaarde naast vele andere. Op die manier willen wij vermijden dat het in een aparte categorie wordt ondergebracht, anders loop je het risico dat het wordt bekeken als een extra inspanning en dito kost die je er al dan niet bij kunt nemen als bouwheer.”
Is het dan geen extra kost?
“De vraag naar de meerprijs is een begrijpelijke maar foute reflex, omdat je de totaliteit moet bekijken. Je vraagt toch ook niet naar de meerkost van een goede waterdichting of een degelijke akoestiek? Zeker in groepswoningbouw waar je compacter en met minder buitenschil bouwt, kun je duurzaamheid gemakkelijker en met een kleinere kost realiseren. Op termijn bekeken kost duurzaamheid trouwens niet meer dankzij de vele subsidies en fiscale voordelen. Wat niet wil zeggen dat je iets moet doen omdat je er subsidie voor krijgt. Als architect moet je er eerst voor zorgen dat het verhaal klopt, om daarna uit te zoeken welke subsidies de bouwheer kan krijgen. Het allerbelangrijkste is dat het bewustzijn groeit bij bouwheren en architecten dat we naar meer duurzaamheid moeten streven in de manier waarop we bouwen.”
U noemt duurzaamheid een evidentie. Maar heeft duurzaam bouwen geen verregaande technische gevolgen waardoor het de architectuur bemoeilijkt?
“Een goede waterdichting heeft ook verstrekkende gevolgen, maar architecten zijn er al zo vertrouwd mee, dat het een evidentie is geworden. Het zou een even grote evidentie moeten zijn dat je een zeer goed geïsoleerde woning ontwerpt. Dikkere isolatiepakketten hebben inderdaad een weerslag op de architectuur, maar hetzelfde geldt voor functie, budget en noem maar op. Je kunt dat benaderen als een probleem, maar in feite is het een opportuniteit, want architectuur spruit net voort uit de randvoorwaarden.”
Altijd kijken naar de grote lijnen
Welke uitgangspunten hanteert De Bouwerij wat duurzaam bouwen betreft?
“Naast de wettelijke normen waaraan je je natuurlijk moet houden, leggen wij onszelf eigen normen op. Als basis vertrekken we van een lage-energiegebouw. Als de klant mee wil, schuiven we verder op in de richting van de passiefhuisstandaard, maar we staren ons daar dan niet blind op. We willen immers vermijden dat dit concept een evidentie wordt waarover we ons verder geen vragen zouden stellen. Energie is namelijk slechts één aspect, naast bijvoorbeeld de gebruikte materialen of hun toekomstige herbruikbaarheid. Hoe correct is bijvoorbeeld je verhaal als je in een passiefhuis toxische materialen gebruikt? Een CO2-neutraal gebouw kijkt bijvoorbeeld niet alleen naar de energie, maar ook naar de gebruikte materialen en het toekomstig gebruik van het gebouw. De uitdaging bestaat erin uit al die overlappende zaken de interessante aspecten op te pikken en er een eigen invulling aan te geven. Wij proberen een project dan ook altijd in zijn totaliteit te benaderen en een totaalverhaal te vertellen. Een bepaalde standaard halen staat mooi en is voor de bouwheer zeker interessant, maar het achterliggende verhaal moet wel kloppen. Als je alleen voor het aspect passief gaat, verlies je misschien andere belangrijke zaken uit het oog. Ook als je de passiefnorm net niet haalt, kan het eindresultaat toch duurzamer zijn omdat je beter scoort voor andere parameters. In ieder geval moet je je altijd concentreren op de grote lijnen, zodat je je niet verliest in deelaspecten en details. Als het totaalverhaal klopt, maakt het weinig uit dat je voor bepaalde deelaspecten minder scoort. Want uiteindelijk moet je altijd keuzes maken.”
Een zeer goed geïsoleerd gebouw of passiefhuis moet je ook op de juiste manier onderhouden en gebruiken. Zijn de gebruikers daar rijp voor?
“Dat is opnieuw een kwestie van bewustzijn. Hoe meer je ervan overtuigd bent dat duurzaamheid deel uitmaakt van het totale bouwverhaal, hoe minder je het als een apart gegeven bekijkt. De balansventilatie in een passiefhuis vergt inderdaad onderhoud. Maar dat geldt toch ook voor een wandgasketel of voor een lift, en wie stelt zich daar vandaag nog vragen bij? De meeste mensen gaan ook niet zelf sleutelen aan de wandgasketel als er iets aan scheelt.”
De aandacht voor duurzaam bouwen induceert heel wat evoluties. Wat vindt u belangrijk?
“Het uitgangspunt is en blijft dat een gebouw goed geconcipieerd en geïsoleerd moet zijn. Het heeft geen zin om op een goedkope en milieuvriendelijke manier energie op te wekken als je die meteen weer naar buiten blaast. In de sector van de isolatiematerialen zie je een heel snelle evolutie in de richting van beter presterende producten. Maar ook hier moet je opletten dat het ene aspect, bijvoorbeeld prestatie, niet ten koste gaat van een ander, bijvoorbeeld volledig non-toxisch. Ik denk dat de ultieme combinatie van die twee er wel zal komen als de markt er maar luid genoeg om vraagt.”
“Ook in de uitvoering verandert er veel. Vandaag kan je aan een aannemer bepaalde uitvoeringsdetails vragen die vroeger ondenkbaar waren. Een recente evolutie is verder de introductie van de warmtepomp in de woning. Daarnaast bestaan er tal van interessante oplossingen, zoals een EPDM dakdichtingsrubber met geïntegreerde fotovoltaïsche cellen, of vierseizoensglas dat dankzij de aanwezigheid van onzichtbare lamellen de warmtestraling van de hoogstaande zomerzon gedeeltelijk weerkaatst, maar die van de laagstaande winterzon doorlaat, en dat alles zonder afbreuk te doen aan de lichtinval. In grote projecten passen we soms betonkernactivering toe, waarbij we de massa van de betonplaat tussen bijvoorbeeld de verdieping benutten voor de klimaatbeheersing. De markt evolueert sneller dan de architect kan volgen. De kunst bestaat er in de producten en technieken te kiezen die een redelijke kostprijs en een duidelijke toegevoegde waarde hebben. Gadgets en zaken die alleen aan valse behoeften voldoen, moet je mijden.”
Bouwproces als project
Moeten we ook anders gaan bouwen en bijvoorbeeld inspiratie zoeken in Nederland?
“De markt is fundamenteel verschillend. Nederland kent weinig particuliere woningbouw, alles is daar veel strikter gereglementeerd en er worden veel meer zaken standaard uitgevoerd. Door deze grootschaligheid kunnen ze gemakkelijker nieuwe producten en benaderingen invoeren. Omdat de projectontwikkelaars en bouwmaatschappijen nieuwe producten sneller oppikken, zijn producenten geneigd om meer aan productontwikkeling te doen. Met onze aanpak van woning per woning valt dat moeilijker te realiseren en moeten we het als architect integreren in onze manier van ontwerpen. Nederlandse architecten kijken dan weer enigszins jaloers naar de vrijheid waarmee wij eigen accenten kunnen leggen. Ook zijn de kwaliteit van de individuele architect en van de architectuur in België zeker niet minder, hoewel de Nederlandse architecten beter georganiseerd zijn en zich sterker profileren.”
Er bestaan nogal wat labels en certificaties. Hoe belangrijk zijn die eigenlijk?
“Labels kunnen van persoonlijk belang zijn voor een bouwheer, en voor grote projecten kunnen ze een bijkomend verkoopsargument vormen. Ons ontwerp voor een nog te realiseren bedrijfsgebouw van StorkAir is bijvoorbeeld LEED gecertificeerd en CO2-neutraal omdat StorkAir een imago met betrekking tot duurzaamheid en energiezuinigheid wil uitstralen, en dat wil kunnen concretiseren tegenover de buitenwereld met labels. Als architectenbureau willen wij ons niet focussen op een label, maar pikken wij de interessante aspecten er uit. Er bestaat immers geen sluitend handboek voor duurzaam bouwen, en dat zal er ook nooit komen. Een voordeel van de passiefhuisstandaard is bijvoorbeeld dat hij vrij goed meetbaar is. Cradle-to-cradle is dan weer belangrijk met het oog op de toekomst, omdat het materialen zo wil laten gebruiken dat ze later met hun eigen waarde opnieuw te benutten zijn, in plaats van ze te down- of recyclen. Toegankelijkheid is ook belangrijk: blijft een gebouw levenslang voor de huidige en eventueel nieuwe gebruikers geschikt? Al die zaken maken deel uit van onze ontwerpmethodiek.”
Hoe kunnen architecten de toenemende complexiteit het hoofd bieden?
“Door zich te associëren en in projectteam te werken. De 16 architecten van De Bouwerij kennen allemaal de basiszaken, maar voor de rest differentiëren wij. Dat is de enige manier om kwaliteit te kunnen blijven bieden. Samenwerking brengt natuurlijk nieuwe uitdagingen met zich mee. Een vennootschap moet je kunnen managen. Naast een ontwerpbureau zijn wij ook een KMO. Daarom hebben wij een vennoot die geen architect is maar het projectmanagement op zich neemt, wat essentieel is in een hedendaags architectenbureau.”
“Het bouwproces beschouwen wij ook als een apart project. Dat is de beste manier om budgetontsporingen, stress en onzekerheid tijdens de eigenlijke bouwperiode te vermijden. Voor de bouwaanvraag van een particuliere woning de deur uitgaat, moet zoveel mogelijk vastliggen, zodat aanpassingen achteraf tot een strikt minimum worden beperkt. Dat heeft zware consequenties voor de planning en vergt zware inspanningen van ons, maar ook van de bouwheer die heel veel keuzes vooraf moet maken. Maar hij beschikt dan wel over alle informatie om dat te kunnen doen. En als je achteraf iets wijzigt, heb je een veel beter zicht op de weerslag daarvan op de planning en het budget. Idem als er iets misloopt: je kunt fouten duidelijk toewijzen, waar zich anders een mistige discussie dreigt te ontspinnen. Vanuit die bekommernis werken wij ook samen met een beperkt aantal vaste partners. Zo groeit er vertrouwen, ontstaat er een wisselwerking en ontwikkel je een langetermijnvisie. Je weet wat je aan elkaar hebt, wisselt gemakkelijk informatie uit en moet niet elke keer het warm water opnieuw uitvinden.”
















